Wat zoeken gezinnen in een museum?

March 22nd, 2010

Aanbod

Nederland heeft een groot museumaanbod.

Er zijn verschillende soorten musea (indeling CBS): voor beeldende kunst, voor geschiedenis, voor natuurlijke historie, voor volkenkunde en voor bedrijf en techniek. Niet alle musea zijn even toegankelijk voor gezinnen en soms wordt niet helemaal duidelijk wat musea voor gezinnen te bieden hebben.

Musea die een verhaal vertellen zijn over het algemeen het meest geschikt voor gezinsbezoek. Maar hoe zorg je dat dat gezinsbezoek succesvol is? Hiervoor zijn natuurlijk verschillende manieren.

In dit stuk belichten we de familie als groep en hoe je als aanbieder die groep kunt ontwikkelen en verrijken.

maya-klein

Gezamenlijke beleving

De activiteiten die musea ontwikkelen voor kinderen zijn vaak gericht op het hele gezin; de kinderen sturen het bezoek en de ouders volgen en ondersteunen hun kinderen. Of andersom: de ouders zien een grote lijn, zijn voorbereid en willen bepaalde dingen zien. Beide soorten ouders willen hun museumbezoek delen met hun kinderen; ze willen het museum gebruiken als een groot ‘voorleesboek’.

Er is behoefte aan gezamenlijke beleving. Vooral voor jongere kinderen is samen beleven een goede manier om een museum te zien en ervaren.

Er zijn verschillende niveaus van gezamenlijke beleving mogelijk:

Samen kijken

De gezamenlijke beleving kan worden gefaciliteerd door de families samen door het museum te sturen. Samen zoeken en speuren ze, de ouders helpen de kinderen.

Bij het beleven van de tentoonstelling is er een heldere kinderlaag en eventueel extra informatie voor ouders.

Speurtocht

Veel musea bieden een speurtocht aan kinderen aan. Met een boekje in de hand dwalen kinderen (met hun ouders er achteraan) door het museum. Dit wordt zowel door kinderen als ouders over het algemeen als heel leuk ervaren.

De meeste speurtochten zijn op papier. Nadeel hiervan is dat er tijdens het bezoek geen feedback kan worden gegeven op de resultaten. Het leer-effect zal daardoor kleiner zijn.

Dit nadeel kan worden weggenomen door de speurtocht interactief te maken. Het voordeel van een interactieve (digitale) speurtocht is dat er tijdens het bezoek meteen feedback kan worden gegeven op de resultaten van de speler. De speler leert hiervan en is meer gemotiveerd verder te spelen.

Vervolgopdrachten kunnen bijvoorbeeld pas gegeven worden als een eerdere opdracht goed is uitgevoerd.

Samen spelen

Samen een (interactieve) speurtocht doen is voor families leuk en verrijkend.

De gezamenlijke beleving kan ook verder worden uitgewerkt in complexere interactie tussen ouders en kind. Voor kinderen is complexe ouder-kind interactie interessant en leuk.

Er kan gebruik worden gemaakt van een museuminrichting of routing waarbij ouders en kinderen worden aangespoord om deel te nemen aan een sociale en fysieke omgeving; een rol te spelen in het verhaal. Het doel hiervan is om kinderen aan te sporen deze omgevingen te onderzoeken door volwassen-rollen aan te nemen. Kinderen leren hierdoor over het onderwerp (inhoudelijk doel) en leren over hun plek in de wereld (doel dat past bij hun ontwikkelingsniveau en behoeftes).

Gezamenlijke taak

Hoe geef je dat een plek in het museum? Er kan vanuit rollen worden gedacht: de hele familie moet als groep een raadsel oplossen. Ieder gezinslid krijgt een rol en een opdracht vanuit die rol. De deelnemers bereiken samen een resultaat. Vorm kan in een (klassieke) speurtocht zijn, maar ook digitale interactieve vorm.

Gezamenlijk spel/verhaal

Een andere vorm is een heel vrij ‘doen alsof spel’. Deze vorm is wellicht moeilijk te realiseren binnen een vaste opstelling maar kan heel leuk zijn voor tijdens speciale dagen of evenementen: een situatie wordt gespeeld, of een dag uit het leven van…

Vanuit de ontwikkelingspsychologie:

Het belang van spel is niet dat kinderen leren wat bepaalde rollen zijn, maar dat ze leren dat mensen rollen aannemen die samengaan met bepaalde acties. Wat je vaak ziet bij ouders en kinderen die samen meedoen aan een rollenspel is dat ouders van jonge kinderen het belangrijker vinden dat kinderen over bepaalde rollen leren dan dat ze samen fantasierijke rollenspellen spelen.

Bij een speelomgeving, zoals bijvoorbeeld een kasteel, is het bij ouder-kind interactie belangrijk dat ouders zich niet focussen op het willen leren van bijvoorbeeld de namen van de torens of zich richten op dingen die ‘horen’. Juist zouden zij zich moeten richten op fantasierijke interactie (zoals een ridderverhaal, je verstoppen voor de vijand, etcetera.) en op het volgen van de lijnen van het kind, zonder daar rechtlijnigheid in aan te brengen.

Als dit lukt zal het kind lang spelen en steeds nieuw spelgedrag initiëren. De voordelen van ouder-kind interactie komen maximaal aan bod.

Om het makkelijker te maken voor ouders om mee te doen aan ‘net alsof spel’ moet de omgeving zo worden ingericht dat duidelijk is waar het over gaat en dat duidelijk is welke rol moet worden aangenomen. De rollen moeten leuk zijn om te spelen. Verkleedkleding en attributen ook voor ouders kunnen daarin heel goed werken. Met name jonge kinderen en hun ouders kun je op deze manier boeien.

Kolb

Ook is het interessant het onderwerp te benaderen vanuit de gedragingen en leerlijnen zoals die gedefinieerd zijn door David Kolb en in je conceptontwikkeling te denken vanuit zijn 4 types gebruikers:

De doener: wil actief experimenteren en concreet ervaren. Snel aan de slag en veel oefenmomenten.

De dromer: voorkeur voor concreet ervaren en reflectief observeren. Dromers leren heel snel via identificatie en bekijken een situatie van alle kanten.

De denker: combineert het reflectief observeren en abstract conceptualiseren. Is het liefst bezig met het vertalen van observaties in hypothesen en theorieën. Werken zelfstandig en ontwikkelen een eigen theorie.

De beslisser: zijn goed in en hebben een voorkeur voor abstract conceptualiseren en actief experimenteren. Ze nemen initiatief en durven experimenteren. Bij het hanteren van probleem gaan zij deductief en probleemoplossend te werk.

Kijken mag!

Tenslotte zijn er ook museumbezoekers die graag (eerst) kijken en verder niet meteen iets actief willen doen. Ook daar moet plek voor zijn. Ter voorbereiding op een eigen inspanning of als museumervaring.

Bronnen: Shine, S. en Acosta, T.Y. (2000). Parent-Child Social Play in a Children’s Museum. Family Relations, 49, 45–52.  Pranger, M., Musea richten zich te veel op ouderen, http://youngmarketing.web-log.nl/youngmarketing/2007/05/musea_richten_z.html, geraadpleegd op 10 maart 2010.

Delen |